zaterdag 10 december 2011

Het laatste oordeel

Voor ANS:


Het Laatste Oordeel

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.
Tekst: Kiki Kolman en Laura van der Vet
Foto: Ceriel Gerrits
Studie:
Geschiedenis
College:
Middeleeuwen,
9 november 08.45u – 10.30u, El2.50
Docent:
Dr. P. Bange
Uitstraling:
Zedige zestiger met kennis van keizers
Inhoud:
Waar is Wally met Franse lelies
Eindcijfer:
5,5
‘Het contrast tussen het Byzantijnse Rijk en het West-Romeinse Rijk was zeer groot.’ Zonder enige introductie of verwelkoming begint Petty Bange aan haar relaas over grootgrondbezitters, keizers en erfgenamen. De geschiedenisdocente staat voor de zaal met een stapel aantekeningen in haar hand. Op het puntje van haar neus staat een streng brilletje waar ze zo nu en dan vermanend overheen kijkt. Terecht merken studenten achterin de zaal op dat ze met haar lange rok, zwarte tuniek en witte kraag zo lijkt te zijn weggelopen uit de eeuw die onderwerp is van haar college. Haar witgrijze haar zit in een onberispelijke scheiding en is net zo onbeweeglijk als Bange zelf. Statig dreunt de docente haar uitgebreide kennis op. Hier en daar lijkt zij zich zelfs deskundiger te achten dan het handboek. ‘De astrustiones worden vergeleken met een criminal gang, maar dat is natuurlijk onzin.’
De monotone stem die door de zaal dreunt doet denken aan een radioshow uit de jaren vijftig en maakt het moeilijk de aandacht erbij te houden. Met een stalen gezicht praat Bange over bloederige taferelen, corrupte Bijbelteksten en woeste oorlogstijden. Een tekstloze PowerPointpresentatie begeleidt het geheel. De kleurrijke kaarten en prenten met knalgele achtergrond doen op dit vroege tijdstip pijn aan de katerige ogen. De dia’s tonen vrijwel allemaal keizers of koningen. Bij elke slide voegt Bange toe dat er Franse lelies op de koninklijke mantel staan en de prent dus niet uit de middeleeuwen kan komen. ‘Toen bestond dit symbool immers nog niet.’ Hoewel dit detail in haar ogen schijnbaar uitermate interessant is, veranderen de illustraties voor de gemiddelde student in eindeloze zoekplaatjes naar het historische embleem. De stof mag dan slaapverwekkend zijn, het eerstejaars publiek blijft wel goed opletten. Op alle laptopschermen is ook werkelijk Word geopend en niemand kan worden betrapt op het spelen vanKnights and Merchants of het updaten van Facebook. Bovendien is het gedurende het volle anderhalf uur muisstil.
Na de welverdiende pauze is het tijd voor Karel de Grote. Dit onderwerp wakkert zichtbaar enthousiasme in Bange aan. De docente wordt losser, beweeglijker en gaat zowaar op de rand van het bureau zitten. De aantekeningen, en daarmee de bril, verdwijnen. Naast nog meer Franse lelies komt een foto van het Keizer Karelplein voorbij. Uit het blote hoofd worden details, jaartallen en namen opgerakeld. ‘Renovare, reformare, revocure,’ declameert de historica groots. Geen mens weet wat het betekent, maar iedereen is diep onder de indruk. Helaas kan deze opleving de eentonigheid van het verhaal niet doorbreken. Daardoor blijft ook de tweede helft van het college een lange zit. Zonder er zelfs maar bij te glimlachen vertelt Bange dat Karel de Grote als gematigd mens wordt omschreven, omdat hij slechts drie bekers wijn per maaltijd nam. ‘Als je het formaat van die bekers ziet, valt die gematigdheid behoorlijk mee… of tegen.’ Na nog meer dia’s en middeleeuwse beroemdheden komt de klapper en tevens het laatste onderdeel van het college: de Karolische Minuskel. Dit schrift uit de tijd van Karel de Grote is tegenwoordig als lettertype Book Antiqua te vinden in je digitale tekstverwerker. De historici in wording besluiten het college met een waar applaus. Onduidelijk blijft of dit uit enthousiasme of pure opluchting is.
Het Laatste Oordeel der Studenten
Menig aanwezige braverik bekent het onderwerp interessant te vinden, maar de presentatie minder te waarderen. De eerstejaars vinden de colleges erg eentonig en missen de structuur. Hun gedachten dwalen dan ook af naar alle uithoeken van de collegezaal of daarbuiten, niet zelden naar het nog warme bed. Een van de studenten zegt zich drukker te maken om zijn date over drie weken dan om gebeurtenissen uit het verleden. De conclusie lijkt duidelijk: ‘Ze heeft veel liefde voor haar vak, maar weet dit niet echt over te brengen.’

http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-december-2011/het-laatste-oordeel-dr-p-bange

Labels:

vrijdag 9 december 2011

Een dieper bewustzijn

"Ik heb gewoon heel veel ideeën en daar wil ik een boek van maken. Zodat mensen er ook nog iets aan hebben" zegt Babs. Dat geeft me een angstig voorgevoel. Thijs zit vandaag naast me in plaats van tegenover me dus ik krijg geen opgetrokken wenkbrauwen. Tineke lijkt heftig onder de indruk van de ideeën van Babs.
"Wat voor een ideeën dan?" Vraagt ze terloops. Naast mij hoor ik Thijs zuchten. Gelukkig, ik ben niet alleen.
"Ja, over hoe mensen gelukkiger kunnen worden. Een soort van spiegel alleen dan meer dan alleen een reflectie. Een dieper bewustzijn." Haar blik dwaalde af naar een onbestemd punt op de muur om haar enorm sterke statement nog meer kracht bij te zetten. Wij simpele stervelingen zullen dit nooit begrijpen.
"En wat wil je dan uit een cursus korte verhalen schrijven halen?" Vraagt Thijs. Ik vraag me af waarom Thijs dat wil weten. Niemand aan tafel behalve Tineke wil het weten.
"Nou kijk, wat ik dus zo interessant vind is hoe zo'n verhaal nou opgebouwd is. Wat kan ik toepassen zodat het een stuk wordt dat mensen willen lezen. Welke woorden en zinsconstructies moet ik gebruiken om dat te triggeren?" Tineke is heftig aantekeningen aan het maken maar niemand begrijpt waarom.
"Maar je snapt toch dat er meer voor nodig is om een goed verhaal te schrijven dan alleen bepaalde woorden hè?" Probeert Thijs voorzichtig.Hij ziet net te laat dat cursusleidster Els uit alle macht aan het gebaren is de conversatie hier te beëindigen.
"Heerlijk Thijs, hoe jij en Laura al die culturele huisjes affakkelen. Zo verfrissend jong." Ik snap niet waarom ik hier met geweld de conversatie in geduwd word. Alsof ik elke zondagmorgen mijn bemodderde lieslaarzen op boeken van Harry Mulisch afveeg en W.F. Hermans gebruik om de open haard aan te houden. Ongewild worden Thijs en ik aan één kant van de lijn gegooid en staat de rest aan de andere kant geboeid toe te kijken hoe we ons hier uit gaan redden. Wij die pissen op de literatuur, schijnbaar.
"Er bestaat geen standaard vocabulaire die een goed boek garandeert, het is gewoon een bepaald instinct. Natuurlijk kan je daar hulpmiddelen bij gebruiken zoals een aantal stijlconstructies maar dat is maar marginaal." Ik probeer heldhaftig weer terug te gaan naar het oude onderwerp. Babs lacht en maakt een aantekening in haar schrift, alsof ik zojuist iets onwijs bijzonders gezegd heb.
"Ja, grappig eigenlijk, dat je nu je onzekerheid over je schrijven op mij projecteert. Meisje je bent nog zo jong! Durf eens gelukkig te zijn." Ze krijgt een knik ovatie van Tineke.
"Je beperkt jezelf zo" voegt ze toe. Ik vraag me af hoe de conversatie tot dit punt heeft kunnen komen en kijk hulpeloos naar cursusleidster Els. Die doet alsof ze me niet ziet. Naast mij hoor ik Thijs zachtjes lachen, de vuile deserteur.
"Maar ik laat mezelf dan toch juist niet beperken? Jij legt allerlei regeltjes op waar een goed boek aan moet voldoen?" Dit schijnt een taal te zijn die Babs ook spreekt. Ze begint heftig te noteren.
"Wat een prachtige spiegelaar ben jij zeg, je legt de bal gewoon weer bij mij neer." Nergens die avond heb ik gevraagd om een (zeer slechte) persoonlijke analyse van mijn schrijven. Thijs houdt het bijna niet meer.
"Een typische man hè, als het serieus wordt schieten ze meteen in de verdediging. In zijn geval door maar te gaan lachen, dan is het allemaal niet zo ernstig meer." Thijs stopt met lachen en kijkt strak naar zijn papier.
"Ach, maar dat is allemaal onzekerheid, hè Thijs?" Iedereen knikt met me mee en Babs knikt goedkeurend. Ik heb het begrepen. Ik werp een vuile grijns opzij. Er wordt hier niet gedeserteerd.