zaterdag 19 mei 2012

Pokemon Retro


De trein staat stil in Arnhem. Het is druk en er ploft een jongen naast me neer. Zijn muziek staat te hard, zijn stekeltjeshaar is waarschijnlijk ook keihard en de Vitessesjaal om zijn nek laat zijn harde devotie aan de club zien. Ik besluit daarom maar niet te vragen of hij de trancemuziek wat zachter wil zetten maar richt me weer op mijn gameboy. Ik heb namelijk een gameboy. Hij is enorm groot, paars, werkt nog op batterijen en er zitten tenminste eenvoudige spelletjes op. De trein vertrekt en ik ben ook weer vertrokken, in diepe concentratie staar ik naar mijn scherm. 
“Wat doet u?”  Hoor ik opeens naast me. De jongen kijkt me aan. De oordopjes zitten nog steeds in zijn oren dus ik betwijfel of antwoorden zin heeft.
“Dat zie je toch?” Zeg ik stoer.
“Nee maar welk spel doet u?” Pijnlijke vraag. En daarnaast is ook dat wel duidelijk. Op mijn scherm krijgt mijn tien pixel poppetje net zijn kersverse Charmander van Professor Oak.
“Pokemon” zeg ik wat minder stoer.
“Vet man, Sniffy, Tupac of Osjaawhatt?"  
“Sorry?”
“Welke startpokemon?”
“Charmander, mag dat ook?” Hij kijkt me verbaast aan en doet zelfs een oordopje uit.
“Bestaat die dan?”
“Nou in de jaren ’90 nog wel, daar komt het namelijk ook vandaan”
“Wauw, vet retro man.”  Hij kijkt bewonderend naar mijn antieke spelcomputer. Ik voel me heel erg oud, ondanks het feit dat ik degene ben die met een spelletje in de trein zit.
“Chicks die gamen zijn geil.”
“Sorry?” Die had ik dan weer even niet zien aankomen.
“Chicks die gamen zijn geil, alhoewel, u bent natuurlijk niet echt meer een chick.”  Ik ben niet echt meer een chick. De generatie kinderen die moest kiezen tussen Bulbasaur, Charmander en Squirtle (en daar perfect tevreden mee was) is het dude- en chickschap ontstegen. We zijn meneren en mevrouwen die op ouderwetse spelcomputers in treinen spelletjes mogen spelen omdat het retro is. Mijn generatie is retro. Even wenste ik dat ik niet in de trein zat, maar er in een aantal stukken onder lag. Vooral mijn gezicht, zodat de plotseling ontstane rimpels niet meer te onderscheiden zijn door de lijkschouwer.
“Oh okee.”  Iets beters weet ik niet uit te brengen. De jongen doet zijn oordopjes weer in en trancemuziek vult het treinstel. Volgens mij krijg ik een quarterlife crisis. 

dinsdag 8 mei 2012

De sluimerende dreiging van de blauwe tomaat

Debatteren roept altijd het slechtste in mij op. En debatteren over genetische modificatie roept dan weer het slechtste op in de gezondheidsschoenen van het echtpaar naast me. Al bij de inleidende lezing kunnen Elly en Wilfried hun emotionele incontinentie niet in een sociaal wenselijke tena lady verbloemen en fluisteren ze net iets te hard misprijzend over de presentatie. Het echte officiële Lux-ANS debat waar toch een behoorlijke groep studenten en een enkele bio fundamentalist op af is gekomen, is nog niet eens begonnen. Elly en Wilfried zijn niet alleen gekomen, ze hebben twee medestanders aan hun zijde die fanatiek mee knikken bij de afkeurende opmerkingen van hun geestelijk leiders. Als één van de sprekers meldt dat Nijmegen de enige gemeente in Nederland is waar, dankzij burgerinitiatieven, nog geen genetisch gemodificeerde mais geteeld wordt volgt luid gejuich. Het burgerinitiatief is duidelijk strijdbaar aanwezig. Er zal toch maar een radicale student het in zijn hoofd halen om te geloven in de kapitalistische bakerpraatjes van de aanwezige experts. 
Over genetische modificatie valt heel erg veel te zeggen. Het is dan ook een ongelooflijk lastig onderwerp en als je niet in een cliché welles-nietes discussie wil verzanden moet iedereen verder durven kijken dan de populistische dramajournalistiek waar we dagelijks aan blootgesteld worden. Gaat het over genetische modificatie, dan zien wij gelijk baby’s met vier armen omdat hun moeder toevallig insectresistente mais heeft gegeten tijdens de zwangerschap en landen overspoelt door blauwe tomaten omdat dat zo leuk kleurt bij onze nieuwe gentech roze sla. Niemand eet meer gewone oer-Hollandse wortelen, en als er iets is dat wij normale Nederlandse consumenten eng vinden dan is het wel het beeld dat wij niet meer kunnen genieten van onze nationale producten omdat de markt is overgenomen door nieuwerwetse troep.
Waar dan weer niemand aan denkt is dat alles wat nieuw is eerst getest moet worden en een kans moet krijgen voordat we allemaal als idioten onze morele hooivorken en fakkels uit de schuur trekken om die Frankensteinprofessoren die aan lopen te kloten met onze geliefde koolzaden eens een kopje kleiner te maken. De eerste keer dat iemand in een auto stapte was dat vast ook alles behalve veilig maar desalniettemin is de wereldbevolking dolgelukkig dat iemand het experiment durfde te doen. Als we geen risico’s durven te nemen dan komen we nooit vooruit en is dat niet juist wat we allemaal heel erg graag willen? Natuurlijk pleit ik er niet voor om de eerste de beste genetisch gemodificeerde sojaboon aan een klas met peuters te voeren om te kijken of ze er dood aan gaan maar als er wat meer acceptatie kan worden opgebracht voor het onderzoek naar de mogelijkheden zou dat al een hele stap in de goede richting zijn.
“Duizend Indiase mensen zijn van het dak gesprongen omdat ze schulden hadden door Gentech!”  Roept Wilfried woest door de zaal. Ik heb een hekel aan mensen die voor hun beurt praten. Zeker als ze al een aantal keer beleefd verzocht is een hand omhoog te steken. Wilfried heeft lak aan handen, zijn boodschap moet verkondigd worden want die corrupte gespreksleiders zullen vast een dealtje hebben met een gentech lobbyist. Je weet het maar nooit. Nou zou ik willen nuanceren dat de duizenden Indiase mensen die schulden hadden, schulden hadden bij het bedrijf dat hun genetisch gemodificeerde zaden (in dit geval van katoenplanten) aanleverde. Volgens mij is dat een falen in de bedrijfsethiek van de bewuste leverancier, niet de schuld van de mogelijkheden van genetisch modificeren. Als ik die opmerking ook hardop maak wordt er meewarig geknikt door het biologisch verantwoorde echtpaar. Het is duidelijk, ik, onnadenkend consumerend zwijn, ben niet meer te redden.
Als er aan de wetenschapper van het professionele panel gevraagd wordt of genetisch gemodificeerd voedsel dat op dit moment op de markt is (ook hier in Nederland beste lezer, pas maar op met de Euroshopper halvarine, voor je het weet heb je een derde oog, een paarse teennagel en uiteraard kanker) daadwerkelijk veilig is om te eten, antwoordt hij bevestigend.
Nou ben ik niet bepaald thuis op het gebied van voedselveiligheid, dus als de enige man in het panel met een wetenschappelijke titel zegt dat ik mijn Euroshopper halvarine gewoon kan eten, dan neem ik dat aan. Hoe kortzichtig dit ook mag lijken. Als Wilfried en Elly hier luid tegen ageren is voor mij de maat vol. Om te voorkomen dat ik niet heel hard roep dat ik mijn auto altijd stationair laat draaien voor hun volkstuin, ik plastic afval lekker in mijn groenbak gooi en tevens kleine konijntjes knijp fantaseer ik hoe ik hun kinderen lekker boterhammetjes met Euroshopper halvarine voer, met een dikke laag genetisch gemodificeerde pindakaas. En blauwe M&M’s. Zoveel als ze op kunnen. Dat krijgen die arme kinderen natuurlijk nooit omdat ze verdoemd zijn tot het eten van mueslirepen van de Ekoplaza. Alleen maar omdat hun ouders zo ongelooflijk begaan zijn met de arme Indiase mensen die van daken springen vanwege hun katoenoogst en daarbij uit het oog verliezen dat het maatschappelijke mishandeling is om je kinderen alleen veganistische biologische mueslirepen te geven als tussendoortje. Daar zouden ze eens burgerinitiatief voor moeten starten, het welzijn van kinderen van ouders met gezondheidssandalen en moestuintjes. En tot die tijd eet ik vrolijk mijn aardappels met genetisch gemodificeerd extra zetmeel en hoop ik dat de boeren in Azië genieten van hun droogte bestendige sojabonen.