Animalcops
Evert en ik zitten in de trein. Hij is druk bezig met het maken van een nest met de pluk stro die ik in zijn hokje heb gedaan en heeft daarvoor al zijn concentratie nodig, hij kijkt niet eens meer op van de schelle fluit die de trein oproept te vertrekken.
Het is redelijk druk in de trein, zeker voor een zaterdagochtend om kwart voor negen; tegenover mij zit een ouder echtpaar, naast mij een moeder met haar dochter. Alle ogen zijn gericht op het kooitje op mijn schoot. Alle ogen spreken vertedering, behalve die van de moeder. Zij is hoogstwaarschijnlijk bang voor de discussie met dochterlief, die ongetwijfeld gaat volgen, over de aanschaf van een huisdier.
Op de een of andere manier is een dier als geen ander een uitnodiging tot conversatie. Ik hou absoluut niet van conversatie in de trein. Het oudere echtpaar wel.
“Is dat nou een cavia?” vraagt de oude dame mij.
“Nee mevrouw, dit is een goudhamster” antwoord ik vriendelijk, het kwaad is geschied.
“Och wat enig, Willem, had Karin van Marit niet ook een hamster? Of was dat nou een konijn?” aan de blik in Willem zijn ogen te zien weet Willem niet meer wie Karin of Marit zijn. Hij knikt sullig.
“En waar neem je hem mee naar toe zo op de vroege zaterdagochtend als ik vragen mag? Vind hij dat niet erg, zo in dat kooitje zitten?”
In de trein is het sociaal geaccepteerd dat mensen je heel sociaal ongeaccepteerde vragen stellen. Als een willekeurige voorbijganger aan iemand vraagt waar diegene naartoe gaat op een willekeurig tijdstip vinden de meeste mensen dit onbeleefd. Maar als je gebruik maakt van het openbaar vervoer is dit ineens heel erg normaal. Daarnaast vraag ik me af waarom de oude mevrouw me vraagt of ze me dit mag vragen, terwijl het eigenlijk ook niet sociaal geaccepteerd is om “Nee, ga weg” hierop te antwoorden. Als iemand zegt: “als ik vragen mag?” achter een zin, word je sowieso al geacht deze vraag goed te keuren en te beantwoorden. Dus ik besluit geheel sociaal geaccepteerd te antwoorden.
“Ik ben op weg naar mijn ouders mevrouw, en omdat ik thuis toch nog een hamsterkooi heb staan neem ik mijn hamster wel eens mee naar huis. En volgens mij vindt hij dat prima, want hij valt meestal in slaap in de trein.”
“Oh wat leuk zeg” zegt de oude mevrouw, duidelijk door haar gespreksstof heen. Ik ben tevreden en kan weer rustig naar buiten staren. “Dan vind je het vast wel leuk dat er met de nieuwe regering allemaal animalcops komen” zegt de oude meneer plots. Ik ben van mijn stuk gebracht door deze onverwachte politieke wending in onze tot een seconde geleden afwezige conversatie. Word ik geacht hier een politiek correct antwoord op te geven of een eerlijk antwoord?
“Eerlijk gezegd denk ik dat mijn hamster weinig zal hebben aan deze animalcops, gezien het feit dat mijn hamster weinig te klagen heeft. Sowieso denk ik dat hamsterleed niet heel hoog in hun lijst van prioriteiten staat. Ze zijn meer de schurftige ponypolitie volgens mij. Daarnaast denk ik dat Nederland gebaat is bij een hoop dingen maar dat animalcops daar geen deel van uit maken. Tenslotte vraag ik mij af waarom ze ‘animalcops’ heten en niet gewoon dierenpolitie, wat net zo makkelijk is en gewoon Nederlands.” De oude man was op zijn beurt niet voorbereid op mijn uitgebreide antwoord en kijkt koortsachtig uit het raam, op zoek naar iets dat de conversatie gaande zou kunnen houden. Zijn vrouw schiet te hulp.
“Paris Hilton heeft ook zo'n huisdier dat ze overal mee naar toe neemt, bij wijze van accessoire, eigenlijk is je hamster een beetje hetzelfde. Leuk hè?” Deze brute vergelijking schiet me in het verkeerde keelgat. Een stem galmt door de trein en vertelt dat Zutphen niet ver meer is.
“Mevrouw, er is helemaal niks leuks aan Paris Hilton, laat staan aan die uit zijn krachten gegroeide rat die ze voor de lol jurkjes aantrekt. Ik weet niet waarom iedereen een dier als verplichting tot conversatie ziet en waarom ik, als ik toch probeer iets te maken van die conversatie, op de koop toe ook nog eens wordt vergeleken met iemand die een IQ heeft ter hoogte van schoenmaat.” Het perron van station Zutphen is in zicht.
“En hier ga ik de trein uit, op weg naar voor u onbekende bestemming. Ik wens u een prettige dag.” Met ferme hand pak ik Evert zijn kooi vast en sta op. Misschien kunnen die nieuwe animalcops iets doen aan het verbale geweld dat mensen wordt aangedaan als gevolg van het hebben van een dier? Ik maak een mentale notitie en besluit een brief te sturen aan Mark Rutte met mijn suggestie.

0 reacties:
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage